AI Gegenereerd

Wat vraag je als een klant je tien dagen in de wacht zet?

Tien dagen wachten op een kennismaking, en op de dag zelf horen dat er al twee gesprekken met iemand anders waren. Wat je vooraf kan vragen, en wat een opdrachtgever één zin kost.

Joost De Weghe zittend aan zijn deskDoor JoostLeestijd: 4 min
Wat vraag je als een klant je tien dagen in de wacht zet?
Wat vraag je als een klant je tien dagen in de wacht zet?

Onlangs stond er een kennismakingsgesprek in mijn agenda, tien dagen nadat het was vastgelegd. Eerder was er geen tijd in de agenda langs de andere kant. Mijn tarief was besproken en bespreekbaar bevonden, er lag een uitnodiging, en ik had me grondig voorbereid. Op de dag zelf kwam het bericht dat het gesprek niet doorging: de opdrachtgever had intussen al twee gesprekken gevoerd met een andere kandidaat. Daarom waren die tien dagen dus nodig.

Dat is hun volste recht. Een organisatie kiest wie ze wil, en ze hoeft mij niet uit te leggen waarom. Ik vermoed dat mijn tarief meespeelde, maar zeker weet ik het niet. Een nee hoort bij dit werk, en die kan ik plaatsen. Minder makkelijk vind ik dat ik tien dagen dacht in een traject te zitten dat voor de andere kant al een andere richting uitging en ik gewoon een plan B was.

Achteraf lees ik die tien dagen anders. Een gesprek dat pas anderhalve week na het prijsgesprek valt, is een reservekaart. Dat hoeft geen kwade wil te zijn: zo loopt een selectie nu eenmaal wanneer er twee opties zijn en er één goedkoper is. Alleen zegt niemand het hardop, en daardoor weet je als kandidaat niet waar je staat. En weet de opdrachtgever ook niet wat hij extra zou krijgen voor een iets hoger tarief.

Wat ik vanaf nu anders doe

Vijf dingen, geen wetten. Neem wat je bruikbaar vindt.

1. Vraag naar de andere kandidaten, zodra je tarief op tafel ligt. Het is geen onbeleefde vraag: spreken jullie nog met andere kandidaten, en wanneer valt de beslissing? Een opdrachtgever die daar vlot op antwoordt, speelt open kaart. Een opdrachtgever die er omheen draait, geeft je ook een antwoord.

2. Lees een lange stilte na het prijsgesprek als een signaal. Tien dagen tussen een bespreekbaar tarief en een eerste gesprek is lang voor een opdracht die zogezegd dringend is. Stuur halverwege een kort bericht: staat ons gesprek nog, en kan ik vooraf iets bezorgen? Dat geeft de andere kant een makkelijk moment om eerlijk te zijn, zonder dat iemand zijn gezicht verliest.

3. Stem je voorbereiding af op de fase waarin je zit. Ik had een presentatie op maat gemaakt voor een kennismaking. Zolang je niet weet of je echt meedingt, is dat veel investering op eigen risico. Bewaar het maatwerk voor het tweede gesprek; in het eerste volstaan een goed verhaal en een paar scherpe vragen over de opdracht.

4. Blijf prospecteren tot er een handtekening staat. Een datum in je agenda is geen engagement. Zolang er geen opdrachtbevestiging is, blijft elke andere kans in je pijplijn gewoon lopen, ook die ene waar je minder zin in had.

5. Sluit de deur niet. Antwoord kort en vriendelijk, ook als het wringt. Het gebeurt dat de eerste keuze na een paar weken toch niet past, en dan belt een opdrachtgever liefst naar wie het netjes afhandelde. Gelijk krijgen levert je die tweede kans niet op.

En aan de kant van de opdrachtgever

Eén zin kost niets: we spreken ook met een andere kandidaat, je hoort uiterlijk vrijdag iets van ons. Wie dat hoort, voelt zich niet benadeeld. Wie op de dag van het gesprek hoort dat de keuze al zo goed als gemaakt was, onthoudt vooral dat.

En de Belgische interim-markt is klein. De kandidaat die je vandaag laat wachten, is misschien degene die je over een half jaar nodig hebt. Hoe je een selectie afsluit, bepaalt mee of die dan nog opneemt.

Een nee hoort bij dit werk. Hoe hij gebracht wordt, is een keuze. Hoe breng jij hem, als je zelf aan de andere kant van de tafel zit?

Joost De Weghe zittend aan zijn desk

Over de auteur

Joost

Program Manager

Dit is de bio van Joost. Joost is al jarenlang aan de slag als interim manager. Om het vertrouwen van zijn vorige en huidige opdrachtgevers niet te schenden, schrijft hij onder een alter ego.