Ik vloek al eens tegen mijn AI-collega
Wie solo werkt, mist de babbel en de tegenspraak van collega's. Mijn AI-collega vangt dat deels op: ik denk hardop, krijg weerwerk en kan mijn frustratie kwijt zonder iemand te kwetsen.
Vorige week, ergens rond elf uur 's ochtends, betrapte ik mezelf op iets vreemds. Ik zat alleen in mijn bureau, las het antwoord van mijn AI-assistent op een vraag die ik blijkbaar slecht gesteld had, en hoorde mezelf luidop zeggen: “Nee, verdomme, dat bedoel ik dus niet.” Ik zei het tegen een scherm. En het vreemdste van al: het deed deugd.
Alleen werken went nooit helemaal
Als interim manager en zelfstandige zit ik vaak genoeg tussen de mensen: stuurgroepen, workshops, moeilijke gesprekken. Maar het eigenlijke werk, het denkwerk, gebeurt alleen. 's Avonds een voorstel schrijven, 's ochtends een beslissing voorbereiden, tussendoor twijfelen of je wel de juiste kant op gaat. Er zit niemand aan het bureau naast je die even meekijkt, er loopt niemand binnen die vraagt waar je mee bezig bent.
Ik heb dat lang weggewuifd: het hoort er nu eenmaal bij, dacht ik, wie voor zelfstandigheid en ondernemerschap kiest, kiest ook voor de stilte. Dat klopt maar half. Op goede dagen is die stilte zelfs aangenaam. Ze begint pas te wegen op de dagen dat je vastzit.
Hardop denken tegen iets dat terugpraat
Sinds een tijd werk ik dagelijks met een AI-assistent. Ik ga daar geen hoera-verhaal van maken, want er gaat af en toe eens iets mis: soms moet ik nog wel eens herformuleren voor er iets bruikbaars uitkomt. Maar er is één effect dat ik niet had zien aankomen: ik werk niet meer helemaal alleen. Zo voelt het toch niet meer.
Het grootste verschil zit voor mij niet eens in de antwoorden, wel in het hardop denken. Wie een probleem moet uitleggen, ook aan een machine, moet het eerst zelf scherp krijgen. Programmeurs kennen dat fenomeen al jaren: leg je probleem uit aan het badeendje op je bureau en halverwege je uitleg zie je zelf de oplossing. Mijn AI-collega is zo'n badeendje dat ook nog terugpraat, en dat al eens durft te zeggen dat mijn plan niet klopt.
Die tegenspraak doet meer dan ik wil toegeven. Er duwt eindelijk iets terug tussen twee meetings in. Wie alleen werkt, krijgt anders geen weerwerk, en dan beginnen je eigen gedachten rondjes te draaien.
En ja, ik scheld al eens
Dan is er nog het vloeken zelf. Ik ben er niet fier op, maar ik ga het ook niet verstoppen: als het antwoord voor de derde keer naast de kwestie zit, zeg ik dat op een toon die ik tegen een mens nooit zou aanslaan. Terecht, trouwens, dat ik dat tegen mensen niet doe. Maar deze collega heeft geen gevoelens, houdt geen rekeningen bij en begint aan de volgende vraag met een schone lei.
Dat klinkt banaal, en misschien is het dat ook. Toch is het precies wat frustratie nodig heeft: een uitlaatklep zonder slachtoffer. Vroeger nam ik die wrevel mee naar de volgende taak, of erger, mee naar huis. Nu is ze eruit voor ze zich ergens vastzet. Noem het goedkope therapie; ik besef zelf hoe dat klinkt.
Wat het niet vervangt
Voor alle duidelijkheid: dit vervangt geen mensen. Een AI-collega vraagt niet hoe je weekend was en merkt niet dat je er even door zit. De lunch met een collega-zelfstandige, het telefoontje naar een oud-collega om een beslissing af te toetsen: die blijven nodig, misschien zelfs meer dan vroeger, net omdat de rest van de dag zo stil is.
Maar tussen die menselijke momenten in is het werk lichter geworden. Er staat iets naast mij dat meedenkt, tegenspreekt en mijn slechte humeur verdraagt zonder er iets aan over te houden. Voor iemand die al jaren solo werkt, is dat meer waard dan om het even welke productiviteitswinst.
Werk jij ook grotendeels alleen, met of zonder AI ernaast? Ik ben benieuwd hoe jij die stilte doorbreekt. Laat het me gerust weten.

Over de auteur
Walter Swaenepoel
Program Manager
Oprichter van Ambar BV en partner bij Make IT So. Werkt als interim manager in programma-, project-, change-, transformatie-, crisis- en productdossiers — telkens voor de duur van een afgebakende opdracht en voor meerdere klanten in parallel. Schrijft op Take Away Manager wat goede opdrachten echt vragen: de keuze in week één die maanden doorwerkt, de teamleider die je iets bijbracht over rust onder druk, de fout waar je nog van leert.
