Wat fietsen me leerde over leiding geven

Cadans, weersomstandigheden en de wind in je rug. Drie observaties uit het zadel — neem of laat.

Joost De Weghe zittend aan zijn deskDoor JoostLeestijd: 5 min
Eenzame wegfietser op een mistige Vlaamse landweg bij zonsopgang
Eenzame wegfietser op een mistige Vlaamse landweg bij zonsopgang

Op zondagochtend, vroeg, voor de meeste mensen wakker zijn, ben ik op de fiets. Een wegfiets, geen mountainbike. Tussen anderhalf en drie uur, afhankelijk van de week en het weer. Het is een gewoonte die ik twaalf jaar geleden ben begonnen en sindsdien niet meer heb losgelaten, ook al heb ik nooit aan een wedstrijd meegedaan en zal ik dat ook nooit doen.

Wat ik er onverwacht uit haal: een soort tweede laboratorium voor wat ik door de week op het werk doe. Niet omdat ik er filosofische gedachten heb tijdens het rijden — meestal denk ik aan helemaal niets — maar omdat de patronen die zich op de fiets aftekenen, vaak een spiegel zijn van patronen op het werk.

Drie ervan zijn me bijgebleven.

Cadans is belangrijker dan kracht

Iemand die begint te fietsen denkt dat het over kracht gaat. Hard trappen en snel zijn. Veel kilometers afwerken. Dat is, voor de eerste paar maanden, ook waar.

Maar daarna ontdek je iets anders. Een goede cadans — een constant ritme van pedaalslagen, ongeacht het terrein — is het verschil tussen lang of kort kunnen blijven rijden. Te geforceerde krachtmomenten branden je op. Je consistente cadans draagt je over honderden kilometers.

In leiderschap, denk ik, geldt iets soortgelijks. Iemand die af en toe een briljant moment heeft, een uitmuntende presentatie of een schitterende beslissing, maar die geen consistent ritme draagt, doet het op de duur slechter dan iemand die elke dag iets minder uitzonderlijk maar wel betrouwbaar levert.

Het zou kunnen dat ik dat lees in mijn fietsen omdat ik graag wil dat het waar is. Maar ik zie hetzelfde patroon bij klanten en collega's. Cadans wint van piekkracht over de afstand.

Weersomstandigheden bepalen veel meer dan je wilt

Een rit met tegenwind van vijf op de schaal van Beaufort is iets héél anders dan een rit met wind in de rug. Een rit door regenbuien is iets anders dan een rit met droog asfalt. Een rit op een vroege zomerochtend is iets anders dan een rit op een grijze novemberzondag.

Een fietser kan zijn ritme niet ontkoppelen van het weer. Iemand die op een dag met tegenwind dezelfde performance verwacht als op een windstille dag, raakt of geforceerd, of teleurgesteld, of allebei.

Voor mijn werk geldt iets vergelijkbaars. Sommige weken zit er mee. Klanten zijn helder, projecten lopen, teams werken samen. Andere weken zit er tegen. Een sponsor is afwezig. Een team heeft een interne crisis. Een externe partner valt uit. Mijn eigen energie is om welke reden ook lager.

Ik heb geleerd om mijn verwachtingen aan te passen aan de week, niet de week aan mijn verwachtingen. Dat klinkt als excusologie, maar het is praktischer dan het lijkt. Op een tegenwindweek doe ik wat zinvol haalbaar is, en ik blijf doortrappen, maar ik forceer geen output die de omstandigheden niet toelaten. De week erna gaat het sowieso anders.

Een leider die zich niet afstemt op de omstandigheden raakt of uitgebrand, of cynisch over zijn team. Beide zijn vermijdbaar.

Wind in de rug verleidt tot ontkenning

De gevaarlijkste situatie op de fiets is een rit waar je met wind in de rug bent vertrokken zonder daar bewust van te zijn. Je voelt je sterk. Je rijdt snel. Je denkt dat je vandaag fit bent. Je gaat verder dan je gepland had. En dan keer je op kilometer veertig om en je hebt veertig kilometer wind in je gezicht. Ik denk dat elke fietser dit al meegemaakt heeft en herkent.

Ik heb dat een paar keer gedaan in mijn beginjaren. Eén ervan eindigde met een telefoontje naar mijn echtgenote om me te komen halen.

In leiding geven zie ik hetzelfde patroon. Een organisatie heeft een fantastisch kwartaal, alles loopt mee, en de directie schrijft dat toe aan haar eigen briljante beslissingen. Ze gaan voort op dat élan. Investeren meer. Nemen meer risico. Verwachten herhaling.

Maar het kwartaal was niet zij die voor de resultaten gezorgd hebben. Het was wind in de rug. De markt zat mee. Een concurrent had problemen. Een product timing was toevallig perfect. Bij de eerste seizoenswissel komt de tegenwind, en dan staat de directie verbaasd en geforceerd.

Het onderscheid maken tussen wat je zelf hebt veroorzaakt en wat de wind heeft gedaan — dat is een ongemakkelijk soort eerlijkheid. Maar het is, denk ik, een van de meest waardevolle leiderschapskwaliteiten.

Tot slot

Ik ben geen filosoof op de fiets. Meestal denk ik aan welke route ik nog wil rijden, aan de pijn in mijn rechterknie, aan koffie. Maar de patronen die zich aftekenen — die slijpen iets dat ik niet onmiddellijk benoem maar wat doorsijpelt naar de rest van de week.

Misschien is dat de waarde van een ritme buiten het werk dat je echt aan jezelf gunt. Niet voor de PR-statistiek. Wel voor wat het traag in je openlegt.

Joost De Weghe zittend aan zijn desk

Over de auteur

Joost

Program Manager

Dit is de bio van Joost. Joost is al jarenlang aan de slag als interim manager. Om het vertrouwen van zijn vorige en huidige opdrachtgevers niet te schenden, schrijft hij onder een alter ego.