AI Gegenereerd

De match van je leven, met de reserves die je nog hebt

Alexander Blockx haalde als eerste Belgische man de kwartfinale van de US Open en stopte er woensdag in de derde set. Over ja zeggen tegen een kans terwijl je reserves al op zijn.

Walter SwaenepoelDoor Walter SwaenepoelLeestijd: 4 min
Cover: De match van je leven, met de reserves die je nog hebt
Cover: De match van je leven, met de reserves die je nog hebt

Woensdag stopte Alexander Blockx in de kwartfinale van de US Open, tegen Karen Khachanov. Hij stond 2-6, 5-7 en 2-3 achter en had net zijn opslag verloren. Been, ribben, rug. Achteraf zei hij: “I think my body just gave up.” Hij was de eerste Belgische man die ooit zo ver geraakte op dat toernooi.

Je kan daar een verhaal van maken over grenzen bewaken, en dat is meestal ook het verhaal dat erover verteld wordt. Ik denk dat het hier niet klopt. Er bestaat geen versie van dit verhaal waarin een eenentwintigjarige zijn eerste grandslamkwartfinale laat schieten omdat hij zich niet honderd procent voelt. Ik zou het ook niet gedaan hebben, en jij waarschijnlijk evenmin.

Wat me wel bijblijft is de ronde ervoor. Daar was de ribblessure er al. Hij kreeg medicatie van de dokter, speelde door, won, en zei nadien dat hij er wellicht mee gestopt was als hij die derde set verloren had. Hij ging de kwartfinale dus in met een lichaam waarvan hij zelf goed wist hoe het ervoor stond.

Compenseren doe je zonder het te melden

Blockx beschreef hoe zijn lichaam onderweg voortdurend anders begon te bewegen om de pijn te ontwijken. Dat is het deel dat ik herken uit programma's, en het is niet eens een vergelijking, het is hetzelfde mechanisme.

In de laatste weken van een traject blijft de scope staan en blijft de datum staan, maar verandert stilletjes de manier waarop het werk gedaan wordt. Reviews worden korter. De test die eigenlijk met twee mensen hoort, gebeurt met één. Iemand slaat een stap over omdat hij die al honderd keer gedaan heeft en weet dat het meestal goed komt. Niemand meldt dat, want het werkt nog.

En dan werkt het niet meer, en dat gaat niet geleidelijk. Het gebeurt op één dag, en achteraf blijkt dat iedereen het zag aankomen, elk voor een klein stukje.

Het gesprek hoort voor de handtekening

Voor mij als zelfstandige zit er een tweede laag in, en die is minder comfortabel. De opdracht die je het langst gewild hebt, komt zelden op het moment dat je er het best voor staat. Ze komt na een vorige opdracht die uitgelopen is, na een zomer die geen zomer geworden is, of net na een periode waarin het stil was en je blij bent dat er eindelijk iets komt.

En dan zeg je ja. Ik heb dat gedaan, meer dan eens, en ik zou liegen als ik beweerde dat ik telkens eerlijk had ingeschat wat er op dat moment nog in zat. Dat is ook niet simpel: je zit in een gesprek waarin je jezelf aan het verkopen bent, en “ik ben er eigenlijk een beetje door” is dan geen zin die vlot over je lippen komt.

Toch hoort dat gesprek daar en niet in week zes, wanneer de klant het al gemerkt heeft. Niet als voorbehoud waarmee je jezelf indekt, wel als drie afspraken die je concreet maakt: (a) wie beslist wanneer het niet meer gaat, jij of de opdrachtgever, (b) wat er op dat moment met het werk gebeurt, en (c) wat er in de weken erna komt, want een lege agenda na een zware opdracht is geen rust maar stress.

Dat klinkt zwaar voor een opdracht van zes maanden. Het kost tien minuten, en het is het laatste moment waarop je die tien minuten nog kalm kan nemen.

Wat hij wel goed deed

Het sterkste aan zijn verhaal vind ik niet dat hij speelde, maar hoe hij stopte. Hij stopte zelf, op tijd om erger te vermijden, en hij was er achteraf rustig onder. Hij vertelde zelfs dat hij er tijdens de partij mee begon te lachen, omdat er telkens weer iets nieuws bijkwam.

Iemand die zo reageert, heeft dat op de een of andere manier vooraf geregeld. Misschien niet op papier, maar in zijn hoofd wel. Hij wist wanneer het genoeg was en hoefde die discussie op dat moment niet meer met zichzelf te voeren.

Dat is denk ik ook het enige wat je echt kan voorbereiden. Niet of je de kans neemt, want die neem je. Wel of je op voorhand hebt afgesproken wanneer je stopt.

Walter Swaenepoel

Over de auteur

Walter Swaenepoel

Program Manager

Oprichter van Ambar BV en partner bij Make IT So. Werkt als interim manager in programma-, project-, change-, transformatie-, crisis- en productdossiers — telkens voor de duur van een afgebakende opdracht en voor meerdere klanten in parallel. Schrijft op Take Away Manager wat goede opdrachten echt vragen: de keuze in week één die maanden doorwerkt, de teamleider die je iets bijbracht over rust onder druk, de fout waar je nog van leert.